In 2025 overleden in totaal 132 mensen in Nederland door een accidentele verdrinking. 32 van hen waren geen ingezetene, maar iemand zonder inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) zoals een toerist of een bepaalde tijdelijke werknemer. Deze cijfers blijken uit de jaarlijkse verdrinkingsrapportage van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die vandaag is gepubliceerd.

Hoewel deze cijfers iets lager liggen dan die van 2024, blijft het aantal slachtoffers zorgwekkend. Elke verdrinking is er één te veel.
60-plussers grootste risicogroep
Accidentele verdrinkingen zijn verdrinkingen binnenshuis of buitenshuis, waarbij er geen sprake is van een verkeersongeluk, zelfdoding of moord. Uit de CBS-rapportage blijkt dat 41% van alle slachtoffers van accidentele verdrinking 60-plusser is. Het laagste percentage (3%) behoort tot de categorie jonger dan 10 jaar. Werd verdrinking vroeger vaak met kinderen geassocieerd, de cijfers laten al 25 jaar lang zien dat juist ouderen de grootste risicogroep vormen. Opmerkelijk is verder dat 77 van de 100 accidenteel verdronken ingezetenen man was.
Voorkomen door meer risicobewustzijn
Wie wil genieten van het vele water dat Nederland telt, moet zwemveilig zijn, de omgeving en omstandigheden als watertemperatuur en stroming kennen, risico’s kunnen inschatten en zelfoverschatting vermijden. Veel accidentele verdrinkingen zijn te voorkomen als er meer risicobewustzijn bestaat. De landelijke campagne Wie checkt jou? – Veilig in en uit het water[1] vraagt aandacht hiervoor. Wie checkt jou als jij het water ingaat? Op die centrale vraag ligt de focus. Deze gezamenlijke campagne stimuleert mensen om niet alleen naar zichzelf te kijken, maar ook naar elkaar. Is deze locatie veilig? Is er iemand die oplet; je vrienden aan de kant, je buddy in het water, de lifeguard op het strand? Wat doe je als het misgaat? Door deze vragen bewust te stellen, wordt men gestimuleerd om beter voorbereid het water in of op te gaan en de risico’s te verkleinen.
Voorlichting en zwemlessen
Organisaties in Nederland die zich richten op meer veiligheid in, op en langs het water, waaronder Reddingsbrigade Nederland, stellen dat er nog veel winst te behalen valt. Bijvoorbeeld als het gaat om structurele aandacht voor zwemveiligheid, mede ingegeven door voorlichtingscampagnes. ”Het begint vaak bij mensen zelf”, stelt Ernst Brokmeier, hoofd Communicatie van Reddingsbrigade Nederland. ”We zien helaas te veel mensen die toch alleen het water ingaan. Als er dan wat gebeurt, is er niemand die je kan helpen of hulp kan halen. Daarnaast zien we ook nog steeds te veel mensen die niet of niet goed kunnen zwemmen. Die dan toch gaan zwemmen of in een situatie komen dat ze moeten zwemmen. Heel veel kinderen zitten op zwemles, maar we hebben in Nederland een diverse samenstelling van de gemeenschap. Toeristen, mensen die hier zijn voor hun werk uit een land waar geen zwemcultuur is, nieuwkomers, mensen die hier voor langere tijd wonen. Met voorlichting en lessen voor die groepen kunnen we echt een slag maken. En daarnaast met voorlichting op zwemplekken zelf.”
Blijvende en gezamenlijke inzet
Verantwoordelijkheden liggen nog wel bij verschillende partijen die ieder een deel van de aanpak invullen. Arjan de Vries, directeur-bestuurder van de Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ): ”Willen we de verdrinkingscijfers echt verder terugdringen, dan is blijvende en gezamenlijke inzet nodig. Dat betekent dat we moeten blijven investeren in educatie, voorlichting en zwemvaardigheid, ook ná het behalen van de zwemdiploma’s.’’ Daarnaast kan volgens de NRZ en andere betrokken organisaties meer toezicht bij openwaterlocaties in het binnenland bijdragen aan meer veiligheid. Aan de kust en in zwembaden wordt doorgaans wel toezicht gehouden. ”Nederland is waterland. Het is onmogelijk om overal toezicht te hebben”, aldus Brokmeier. ”Gemeenten moeten meer nadenken over extra plekken om aan te wijzen en daarbij kijken naar lifeguards en reddingsbrigades, om die te gaan inzetten. Mensen moeten wel beschikbaar zijn. We zien nu al dat het soms best lastig is om voldoende lifeguards te vinden voor alle huidige locaties.”
[1] Deze campagne is tot stand gekomen vanuit het Nationaal Plan Zwemveiligheid en opgesteld en gecoördineerd door de Nationale Raad Zwemveiligheid in samenwerking met diverse partijen zoals Rijkswaterstaat, Reddingsbrigade Nederland, de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM), Leisurelands, het Nederlands Instituut Veiligheid Zwemlocaties (NIVZ), de gemeente Den Haag, omgevingsdiensten, provincies, locatiebeheerders en andere gemeenten.